Baker Tilly
Prinsjesdag
2022

Voorwoord

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de begroting en de nieuwe belastingplannen. Eerder dit jaar werd al een aantal maatregelen aangekondigd in de Voorjaarsnota. Die plannen zijn voor een deel al weer ingehaald door recente ontwikkelingen als de koopkrachtcompensatie en de energiecrisis. Wat resteert is een uitgebreid pakket aan maatregelen dat een ieder van ons zal raken. Het is daarom belangrijk dat u goed op de hoogte bent van wat de Prinsjesdagplannen voor uw situatie zullen betekenen. In deze Prinsjesdagspecial zetten wij de belangrijkste wijzigingen en plannen voor u op een rij.

Tarieven box 1

In het kader van de reparatie van koopkracht zijn veel maatregelen aangekondigd. Eén daarvan is verlaging van het box 1-tarief in de inkomstenbelasting voor inkomens tot € 73.031. Dit tarief zou per 2023 al dalen naar 37,05% en wordt nu verder verlaagd naar 36,93%.

Let op: voor AOW-gerechtigden gelden andere tarieven.

Minimumloon en AOW met ingang van 1 januari 2023 in één keer verhoogd met ruim 10%

In het regeerakkoord stond het voornemen opgenomen de AOW-uitkering los te koppelen van het WML. Op basis van de plannen voor 2023 blijft de AOW-uitkering toch gekoppeld aan het WML. Dat betekent dat ook de AOW-uitkering per 1 januari 2023 eenmalig extra met 10,15% wordt verhoogd.

Heffingskortingen

Over uw inkomen bent u inkomstenbelasting verschuldigd. Afhankelijk van de hoogte van uw inkomen kunt u heffingskortingen krijgen die de verschuldigde belasting verlagen. De volgende wijzigingen worden voorgesteld:

– De arbeidskorting wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd.
– Vanaf 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) geheel afgeschaft. Deze bedraagt nu maximaal € 2.534 per jaar. Voor kinderen geboren vóór 2025 wordt de IACK in twaalf jaar stapsgewijs afgebouwd.
– Voor de algemene heffingskorting (AHK) wordt met ingang van 2025 niet langer alleen naar het inkomen in box 1 (werk en woning) gekeken, maar ook naar het inkomen uit box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen).

Heffingskortingen

Meer informatie hierover kunt u lezen in ons  eerdere artikel hierover.

Let op: werkgevers houden over het algemeen al rekening met bepaalde heffingskortingen bij het berekenen van de in te houden loonheffingen. Hierbij kunnen ze niet altijd alle relevante inkomstenbronnen meenemen. Daarom loopt deze berekening niet altijd gelijk met de heffingskorting die in de inkomstenbelasting van toepassing is. Het kan daarom voorkomen dat u een deel van de toegepaste loonheffingskorting bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting terug moet betalen.

DGA’s en Vermogende Particulieren

Er zijn wijzigingen voorgesteld in de systematiek en tarieven in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) en box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) van de inkomstenbelasting. Meer hierover in het hoofdstuk DGA’s en Vermogende Particulieren.

Middelingsregeling

Onder de huidige wetgeving is het mogelijk om uw inkomen over een periode van drie jaar te middelen. De ‘middelingsregeling’ kan vooral voor particulieren met sterk wisselende inkomens een mooi voordeel opleveren. Deze regeling wordt met ingang van 2023 geschrapt. De laatste driejaarsperiode waarover middeling kan plaatsvinden, is dan 2022 t/m 2024. Lees hier meer over de middelingsregeling.

Werkgevers en personeel

Een aantal vrijstellingen gaat omhoog, evenals het minimumloon. Lees wat deze maatregelen inhouden in het hoofdstuk Werkgevers & Personeel.

VPB tariefschijf

De vennootschapsbelasting kent twee progressieve schijven met elk een eigen belastingtarief. Op dit moment (2022) zijn de vennootschapsbelastingtarieven als volgt:
– 15% over de winst tot € 395.000;
– 25,8% over het meerdere.

In het Belastingplan 2023 worden twee wijzigingen voorgesteld in het lage tarief:
1. Het lage tarief wordt verhoogd van 15 naar 19%;
2. De winst waarover het lage tarief kan worden toegepast wordt verlaagd van € 395.000 naar € 200.000.

Deze wijzigingen zorgen dat winstgevende bedrijven tot € 29.000 meer vennootschapsbelasting per jaar verschuldigd zijn over de winst.

    Vastgoed

    Lees meer over de aanpassing van de verhuurdersheffing en de verhoging van de overdrachtsbelasting in het hoofdstuk Vastgoed.

     

    DGA’s en Vermogende Particulieren

    Voor directeur-grootaandeelhouders zijn ingrijpende fiscale wijzigingen voorgesteld. Lees er meer over in het hoofdstuk DGA’s en Vermogende Particulieren.

     

    De fiscale oudedagsreserve (FOR) wordt afgeschaft

    Met ingang van 1 januari 2023 wordt de FOR afgeschaft. Hiermee komt een eind aan de mogelijkheid voor zelfstandig ondernemers om jaarlijks een deel van de winst fiscaal gefaciliteerd te reserveren voor hun oude dag. De bestaande reserves blijven in stand en kunnen op basis van de huidige regels worden afgewikkeld. Hier staat tegenover dat de lijfrente-aftrek met ingang van 2023 wordt verruimd. Zelfstandig ondernemers kunnen dus nog fiscaal gefaciliteerd sparen voor de oude dag. Het verschil met de FOR is dat de premie voor een lijfrente daadwerkelijk moet worden gestort in een lijfrenteproduct of geblokkeerd spaarproduct. Deze storting gaat ten koste van uw liquiditeit. Een voordeel is dat u niet (meer) geconfronteerd wordt met een onverwachte belastingclaim die rust op de FOR. Dit kan zich voordoen indien het geld van de FOR is aangewend voor andere doeleinden binnen of buiten uw onderneming.

    Hier komt een lange titel over het onderwerp

    Zelfstandigenaftrek

    De ondernemer die voldoet aan het urencriterium van ten minste 1.225 uren per jaar, heeft recht op ondernemersaftrek. Een onderdeel hiervan is de zelfstandigenaftrek (2022: € 6.310), waarmee de belastbare winst – en dus de verschuldigde belasting – wordt verlaagd.

    Zelfstandigenaftrek

    In het Belastingplan 2020 en het Belastingplan 2021 was al voorgesteld de zelfstandigenaftrek af te bouwen om het verschil in belastingdruk tussen de ondernemer en de werknemer te verkleinen. In het Belastingplan 2023 is opgenomen om deze afbouw voort te zetten en zelfs te versnellen tot een zelfstandigenaftrek van € 900 in 2027.

    Vrije ruimte WKR met maximaal € 880 per werkgever omhoog

    De eerste schijf van de vrije WKR-ruimte gaat omhoog van 1,7% naar 1,92% over de eerste € 400.000 loonsom. Dit betekent maximaal € 880 per werkgever. Deze maatregel zal worden opgenomen in de nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2023.

    Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding
    per 1 januari 2023

    Werknemers die met eigen vervoer naar het werk reizen, hebben door de gestegen brandstofprijzen hogere reiskosten. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer is niet toereikend. Als werkgevers een hogere reiskostenvergoeding uitkeren, is het meerdere belast bij de werknemer. Tenzij de werkgever de hogere reiskostenvergoeding heeft aangewezen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). De onbelaste reiskostenvergoeding gaat per 2023 naar € 0,21 en stijgt in 2024 door naar € 0,22 per kilometer.

    Aftopping 30%-regeling

    Werknemers die door een werkgever vanuit een ander land worden aangeworven om in Nederland te werken, betalen over maximaal 30% van hun loon geen belasting mits ze aan de voorwaarden voldoen. In 2024 geldt de 30%-regeling tot het WNT-maximum (2023: € 223.000). Dit komt er op neer dat de 30% vergoeding gebaseerd op de cijfers van 2023 maximaal € 66.900 bedraagt. De keuze voor vergoeding van werkelijke kosten blijft bestaan, maar de keuze moet wel jaarlijks in het eerste loontijdvak van het jaar worden gemaakt. Er komt een overgangsregeling voor werknemers die in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling hebben toegepast. Voor hen geldt de aftopping pas per 1 januari 2026.

    Wijziging sociale werkgeverslasten 2023

    De voorlopige premiepercentages sociale verzekeringen voor 2023 zijn bekendgemaakt. Het betreffen kleine wijzigingen en overall blijft het ongeveer gelijk.

    Verhoging minimumloon met ingang van 1 januari 2023 in één keer verhoogd met 10,15%

    Ieder jaar wordt op 1 januari en 1 juli het minimumloon aangepast. Het Wettelijk minimumloon (WML) wordt per 1 januari 2023 verhoogd met 10,15% (eenmalige verhoging van 8,05% en de reguliere verhoging) en komt uit op ongeveer € 1.934,45 bruto per maand.

    Anke van der Locht, Senior Manager Tax Advisory

    Lees meer over de werkkostenruimte, vrijgestelde vergoedingen, thuiswerkbeleid en andere impactvolle ontwikkelingen voor werkgevers.

     

    Leasebijtelling

    De bijtelling in 2023 blijft 22% voor alle leaseauto’s die CO2 uitstoten, inclusief (plug-in) hybride auto’s. De lage bijtelling van 16% voor volledig elektrische auto’s blijft van toepassing tot een drempelbedrag van € 30.000 (in 2022: € 35.000). Daarboven geldt het standaard bijtellingstarief van 22%.

    Verloop korting vanaf 2017

    Klimaat

    Lees meer over ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit en ESG in het hoofdstuk Klimaat & Mobiliteit.

    Aanpassing box 2

    Een DGA wordt in box 2 belast voor het inkomen uit een aanmerkelijk belang (zoals dividend of vervreemdingswinst) in de eigen BV. Het belastingtarief is nu 26,9%. Vanaf 2024 wordt dit tarief aangepast en worden twee tariefschijven geïntroduceerd:

    – Inkomen tot en met € 67.000: 24,5%
    – Inkomen boven € 67.000: 31%

    Aanpassing box 2

    Naast de invoering van een schijvensysteem en verhoging van de tarieven, krijgen DGA’s te maken met de ‘Wet excessief lenen bij de eigen bv’. Dit maakt het des te belangrijker om goed na te denken over het lange termijn dividendbeleid van de vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden.

    Wouter van Dam, Manager Tax Advisory

    Lees meer over de samenhang tussen een aantal nieuwe en gewijzigde regelingen voor aanmerkelijkbelanghouders.

    Aanpassing gebruikelijkloonregeling

    Een directeur-grootaandeelhouder (iemand die kortgezegd ten minste 5% van de aandelen in een onderneming heeft) mag zichzelf niet te weinig salaris uitkeren. Dit geldt ook voor zijn of haar partner die werkzaamheden verricht voor de vennootschap. Het loon moet ten minste worden gesteld op het gebruikelijkloon. Per 2023 wordt de ‘doelmatigheidsmarge’ van 25% afgeschaft en is het gebruikelijkloon minimaal het hoogste van de volgende bedragen:

    Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;

    of

    Het loon van de medewerker binnen het bedrijf/concern die het meest verdient;

    of

    De ondergrens van € 48.000 (2022)

    Deze maatregel zal worden opgenomen in de nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2023.

    Let op! De uitzondering voor innovatieve startups vervalt.

    Tip! Om het loon van de DGA aan te passen aan de nieuwe regels is een aandeelhoudersbesluit nodig. Dit vraagt om goede schriftelijke vastlegging. Stem het gebruikelijk loon af met uw adviseur.

    Vervallen versoepeling gebruikelijk loon van innovatieve start-ups

    Na de verlenging van de versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups in 2022 komt er per 2023 toch een einde aan de regeling. De tegemoetkoming vervalt omdat deze negatief is geëvalueerd. Aanmerkelijkbelanghouders die in 2022 gebruikmaken van de regeling, kunnen de regeling voor de resterende duur (maximale duur drie jaar) blijven toepassen.

    Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

    De Wet Excessief lenen bij eigen vennootschap is onlangs door de Tweede Kamer goedgekeurd. Deze treedt, na goedkeuring door de Eerste Kamer, per 1 januari 2023 in werking. Aanmerkelijkbelangaandeelhouders (kortgezegd: >5% belang in een vennootschap) mogen beperkt leningen hebben bij hun eigen vennootschap. Voor zover het totaal van de leningen meer bedraagt dan € 700.000, betaalt de aandeelhouder inkomstenbelasting in box 2. Leningen aan familie van aanmerkelijkbelanghouders tellen ook mee voor het bepalen van het totale leningsbedrag. Leningen voor de eigen woning zijn onder voorwaarden uitgezonderd. De peildatum is 31 december van het betreffende jaar. Dit betekent dat belastingplichtigen tot 31 december 2023 de tijd hebben om leningen bij de eigen vennootschap naar maximaal € 700.000 terug te brengen.

    Omzetting oudedagsverplichting in lijfrenteverplichting

    Een aantal jaar geleden zijn veel in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken omgezet in een oudedagsverplichting (ODV). De uitkeringen uit de ODV dienen uiterlijk twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd in te gaan en in een periode van 20 jaar met gelijke tussenpozen te worden uitgekeerd. Een ODV kon ook worden omgezet in een lijfrenteverplichting. Daar waren restricties aan verbonden. Deze betroffen vooral het uiterste moment waarop een ODV kon worden omgezet in een lijfrenteverplichting, zonder fiscale gevolgen. Deze restricties zijn reeds versoepeld. De laatste versoepeling betrof het beleidsbesluit van 22 juni 2022. Een ingegane ODV kan nu tot uiterlijk in het vijfde jaar na het kalenderjaar dat de leeftijd wordt bereikt, worden omgezet in een lijfrenteverplichting bij een verzekeraar. Via het Belastingplan 2023 wordt dit besluit nu in de wet opgenomen.

    Ontwikkelingen box 3

    De vermogensrendementsheffing van box 3 is dit jaar volop in het nieuws geweest. Het begon vlak voor kerst in 2021, toen de Hoge Raad oordeelde dat de box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met Europees recht, voor zover de box 3-heffing uitgaat van een rendement dat hoger is dan het werkelijke rendement.

    Herstel vanwege arrest Hoge Raad
    Volgend op deze uitspraak heeft de staatssecretaris herstel geboden aan bepaalde belastingplichtigen. Met terugwerkende kracht naar 1 juli 2022 wordt dit herstel vastgelegd in de wet. 

    Box 3 systematiek & tarief

    Het herstel ziet op belastingaanslagen over de jaren 2017 t/m 2020 die nog niet vaststonden op 24 december 2021 en over de jaren 2021 en 2022. Het herstel houdt in dat verschillende percentages worden gehanteerd voor het bepalen van het fictieve rendement, afhankelijk van het type vermogen. Zo wordt voor spaargeld een lager fictief rendement gehanteerd dan voor beleggingen. Dit wordt ook wel de forfaitaire spaarvariant genoemd. Het rendement op spaargeld, overige bezittingen en schulden is als volgt:

    Box 3 systematiek & tarief

    De tarieven over het jaar 2022 worden begin 2023 aangepast op basis van statistieken van De Nederlandsche Bank over 2022.

    Box 3 vanaf 2023

    Het kabinet wil in de toekomst belasting heffen over het werkelijke rendement op vermogen. Dit stelsel zal waarschijnlijk vanaf 2026 gaan gelden. Het kabinet heeft met Prinsjesdag overbruggingswetgeving bekendgemaakt. In deze tijdelijke wetgeving wordt uitgegaan van de percentages in bovenstaande tabel die gelden voor 2021. Ook deze percentages worden na afloop van het betreffende jaar met terugwerkende kracht aangepast op basis van statistieken van De Nederlandsche Bank over dat jaar.

    De peildatum blijft 1 januari, maar de overbruggingswetgeving kent maatregelen tegen handelingen gericht op het verhogen van spaargelden (lager belast) ten koste van de overige bezittingen (hoger belast). Eenzelfde soort maatregel geldt voor de schulden.

    Heffingsvrij vermogen

    Voorlopige aanslagen 2022

    Bij voorlopige aanslagen 2022 is voor de box 3-heffing geen rekening gehouden met het arrest van de Hoge Raad. Deze zullen over het algemeen onjuist zijn vastgesteld. Deze aanslagen worden in lijn gebracht met de herstelwetgeving. Zolang deze onjuiste aanslagen openstaan en niet zijn aangepast naar de herstelwetgeving, rekent de Belastingdienst geen invorderingsrente.

    Initiatiefwetsvoorstel
    Tot slot is op 13 juli 2022 een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor een vermogensbelasting per 2024, die naast de box 3-heffing zou kunnen bestaan. Meer informatie hierover vindt u hier.

    Heffingsvrij vermogen

    Philippe Albert, Directeur Bureau Vaktechniek Belastingadviseurs

    Lees meer over de achtergrond van de nieuwe box 3-systematiek: welke problemen worden opgelost, en welke aandachtspunten resteren?

    Bedrijfsopvolgingsregeling

    Tegen alle verwachtingen in wordt de term ‘bedrijfsopvolgingsregeling’ niet één keer genoemd in het Belastingplan 2023. Na onder meer een rapport van het Centraal Planbureau (CPB) van april 2022, waarin werd geconcludeerd dat de BOR wel doeltreffend, maar niet doelmatig is, werd een versobering of zelfs afschaffing van de bedrijfsopvolgingsregeling vermoed. Dit vermoeden werd versterkt door uitlatingen van staatssecretaris Van Rij die in juni 2022 in reactie op voornoemd rapport aan de Tweede Kamer liet weten dat het kabinet op Prinsjesdag zal rapporteren hoe de bedrijfsopvolgingsregeling kan worden verbeterd en oneigenlijk gebruik kan worden tegengegaan.

    Bedrijfsopvolgingsregeling

    Naar nu is gebleken, blijft de rapportage thans nog beperkt tot een enkele mondelinge toelichting: ‘het CPB schrijft dat in veruit de meeste gevallen voldoende liquide middelen aanwezig zijn om bijvoorbeeld schenk- en erfbelasting te betalen, maar zo eenvoudig is dat niet’. Het kabinet komt naar verwachting dit najaar met een eigen visie op de toekomst van de bedrijfsopvolgingsregeling. Onderdeel daarvan is in ieder geval dat verhuurd onroerend goed als beleggingsvermogen zal (gaan) kwalificeren en dat hierop de BOR zeker niet meer van toepassing zal zijn.

    Versoberen jubelton

    De eenmalig verhoogde schenkvrijstelling eigen woning wordt met ingang van 1 januari 2024 geheel afgeschaft, dat was al bekend. Vooruitlopend daarop wordt deze met ingang van 1 januari 2023 versoberd.
    De vrijstelling wordt teruggebracht van € 106.671 naar € 28.947 en komt daarmee op gelijke hoogte met de eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen ter vrije besteding door ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar. Feitelijk betekent dit dat de eenmalig verhoogde vrijstelling eigen woning voor kinderen tussen 18 en 40 al met ingang van 1 januari 2023 wordt afgeschaft.
    Aan andere personen dan eigen kinderen kan in 2023 onder voorwaarden nog eenmalig € 28.947 geschonken worden mits aangewend voor de eigen woning. Voor kinderen geldt deze eigenwoningrestrictie dan niet meer.
    Het is onder strenge voorwaarden mogelijk om nog dit jaar gebruik te maken van de huidige hoge vrijstelling, wanneer de eigen woning niet dit jaar wordt gekocht of de schenking nog niet geheel wordt benut. Onlangs is een besluit gepubliceerd over de waardering van een woninggerelateerde schenking. Lees hier meer over dit gunstige beleidsbesluit.

    Giftenaftrek culturele instelling door partners

    Indien u aan een culturele algemeen nut beogende instelling schenkt dan mag u 25% meer aftrekken dan u gegeven hebt. Dit tot een maximum van € 1.250. Sinds de regeling in 2012 werd ingevoerd is het onduidelijk op welke wijze deze multiplier in geval van fiscaal partnerschap moet worden toegepast: € 1.250 voor de partners gezamenlijk of ieder € 1.250?
    Zowel bij de budgettaire raming als in alle aangifteprogramma’s wordt uitgegaan van maximaal € 1.250 voor de partners gezamenlijk. 

    Giftenaftrek culturele instelling door partners

    Na analyse is echter gebleken dat de multiplier op grond van de wet wel degelijk maximaal € 2.500 voor partners moet zijn.

    Om de onduidelijkheid weg te nemen, wordt met ingang van 1 januari 2023 de wettekst in overeenstemming gebracht met de huidige uitvoeringspraktijk en wordt de multiplier voor fiscaal partners gemaximeerd op € 1.250. Hoe de staatssecretaris voorgaande jaren eventueel gaat corrigeren, is nog onduidelijk. Hier is in ieder geval een budget voor vrijgemaakt van € 6 miljoen.

    Begrenzing giftenaftrek

     

    Overigens wordt in een nog te verwachten nota van wijziging op het Belastingplan 2023 mogelijk een begrenzing van de periodieke giftenaftrek opgenomen, waarbij gesproken wordt over een plafond van € 250.000 per huishouden.

    Afschaffing verhuurderheffing

    De verhuurderheffing is een belasting voor partijen zoals woningcorporaties die 50 woningen of meer verhuren. In het coalitieakkoord van 15 december 2021 was al aangekondigd dat deze heffing vanaf 2023 stapsgewijs zou worden afgebouwd. Zo kunnen de woningcorporaties het budget dat hiermee vrijkomt benutten voor de bouw van betaalbare huurwoningen, verduurzaming, verbetering en leefbaarheid. Op 1 juli 2022 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd voor volledige afschaffing van de verhuurderheffing vanaf 1 januari 2023. Ervan uitgaande dat dit voorstel wordt aangenomen, komt de verhuurderheffing in 2023 te vervallen.

    Het tarief van de overdrachtsbelasting

    De verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak is belast met overdrachtsbelasting. Datzelfde geldt voor rechten op onroerende zaken. Per 1 januari 2021 is het algemene tarief van de overdrachtsbelasting verhoogd van 6 naar 8%.

    Per 1 januari 2023 wordt het overdrachtsbelastingtarief opnieuw verhoogd en komt het op 10,4%. Het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2% voor de verkrijging van een eigen woning waarin u zelf voor langere tijd gaat wonen, blijft ongewijzigd. De woningwaardegrens van de startersvrijstelling wordt per 1 januari 2023 verhoogd van € 400.000 naar € 440.000.De voorgestelde tariefsverhoging heeft dus met name impact voor beleggers, projectontwikkelaars en bedrijven.

    Voorgaande jaren bedroeg het algemene
    overdrachtsbelastingtarief 6%

    en

    Per 1 januari 2021 is het overdrachtsbelastingtarief
    verhoogd naar 8%

    en

    Per 1 januari 2023 wordt het overdrachtsbelastingtarief
    (opnieuw) verhoogd naar 10,4%

    Leegwaarderatio niet afgeschaft maar versoberd

    Verhuurt u in privé een woning aan een derde die huurbescherming geniet? Dan mag u hier rekening mee houden bij de waardering van die woning in box 3 en de heffing van erf- en schenkbelasting. In beginsel geldt voor de waardering van woningen de WOZ-waarde. Bij verhuurde woningen mag u hier een waarde-afslag op toepassen, de ‘leegwaarderatio’. Deze wordt bepaald aan de hand van de verhouding tussen de huur op de peildatum en de WOZ-waarde van de woning. Onder de huidige wetgeving ligt de waarde-afslag tussen de 15 en 55%.

    Het coalitieakkoord 2021-2025 ging uit van volledige afschaffing van de leegwaarderatio. Dit zou leiden tot dezelfde heffing over verhuurde en niet-verhuurde woningen: gelijke behandeling van ongelijke gevallen. Omdat dit strijdig kan zijn met het discriminatieverbod van het EVRM, is besloten om de leegwaarderatio te versoberen. De waarde-afslag daalt met ingang van 2023 naar 0 tot 27%. Bij een jaarhuur vanaf 5% van de WOZ-waarde wordt de afslag 0%. Als verhuurder en huurder familie van elkaar zijn of een zakelijke relatie met elkaar hebben (gelieerde partijen) wordt de afslag 0% (nu nog 38%). Bij tijdelijke huurcontracten wordt de leegwaarderatio overigens ook niet toegepast

    Schenkingvrijstelling wordt versoberd

    De schenkvrijstelling eigen woning wordt versoberd en daarna afgeschaft. Lees hierover meer in het hoofdstuk DGA’s & Vermogende Particulieren.

    Kleineondernemersregeling

    Hoewel niet opgenomen in het Belastingplan 2023, worden op relatief korte termijn ook wijzigingen in de kleineondernemersregeling (KOR) verwacht. Dit als gevolg van een EU-richtlijn op dit vlak. De Nederlandse btw-wetgeving wordt in lijn met die EU-richtlijn per 2025 aangepast.
    De huidige KOR, zoals deze is opgenomen in de Nederlandse wetgeving, is een omzet-gerelateerde vrijstelling die kan worden toegepast als een ondernemer in Nederland is gevestigd en niet meer dan € 20.000 omzet heeft in één kalenderjaar. Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden, hoeft er onder meer geen btw berekend te worden op verkopen en kan de in rekening gebrachte btw op kosten niet in aftrek worden gebracht.

    Heffingskortingen

    Per 1 januari 2025 wordt het mogelijk om in andere EU-lidstaten gebruik te maken van de KOR. Hiervoor moet de jaaromzet in de gehele EU onder de grens van € 100.000 blijven. EU-lidstaten mogen zelf beslissen over de hoogte van de nationale omzetdrempel voor de regeling, mits deze niet hoger is dan € 85.000. Daarnaast mogen ze een omzetdrempel per sector hanteren. Vanuit Nederlands btw-perspectief is de optie om verschillende omzetdrempels per sector te hanteren nieuw, net als de grensoverschrijdende toepassing van de KOR.

    Wijziging margeregeling kunstvoorwerpen

    Hoewel niet opgenomen in het Belastingplan 2023, worden op relatief korte termijn ook wijzigingen in de margeregeling verwacht. Dit als gevolg van een EU-richtlijn op dit vlak. De Nederlandse btw-wetgeving wordt op basis van die EU-richtlijn per 2025 aangepast.

    Sommige kunstvoorwerpen zijn margegoederen waarop de margeregeling mag worden toegepast. U berekent de btw dan niet over de omzet, maar over de winstmarge. Per 1 januari 2025 mag de margeregeling op de levering van kunstvoorwerpen alleen nog worden toegepast als de wederverkoper deze heeft ingekocht tegen het algemene btw-tarief.

    Hier komt een lange titel over het onderwerp

    Volgens de nieuwe btw-tarievenrichtlijn verlenen lidstaten per 1 januari 2025 aan de belastingplichtige wederverkoper het recht om te kiezen voor de margeregeling op kunstvoorwerpen wanneer geen verlaagd tarief is toegepast op het betrokken kunstvoorwerp dat aan de belastingplichtige wederverkoper is geleverd of door hem wordt ingevoerd. De wederverkoper kan de margeregeling niet meer toepassen als het kunstvoorwerp is ingekocht of ingevoerd tegen het verlaagde btw-tarief.

    Btw op energie en brandstof

    Dit jaar zien we de prijzen van vrijwel alle producten flink stijgen, maar nagenoeg niets werd procentueel zo veel hoger als de energie- en brandstofprijzen. Met maatregelen tracht de overheid dit te beheersen en de koopkracht te verbeteren. Zo is per 1 juli 2022 het btw-tarief op energie verlaagd van 21 naar 9%. Dit geldt voor levering van bijvoorbeeld aardgas, stadsverwarming en elektriciteit. Daarnaast is de accijns op brandstoffen als benzine, diesel en lpg vanaf 1 april 2022 verlaagd met 21%.

    Heffingskortingen

    Deze maatregelen lopen tot en met 31 december 2022. Om de koopkracht te ondersteunen, treft de overheid nadere maatregelen om de energiekosten te beperken. Er komt een prijsplafond voor energie tot eind 2023 en energiebedrijven mogen geen huishoudens afsluiten. Het kabinet compenseert de energiebedrijven voor de lagere tarieven en financiert een deel van deze kosten met het afschaffen van de eerder beloofde verlaging van de energiebelasting.

    Milieu-investeringsaftrek / Energie-investeringsaftrek

    Via de milieu- en energie-investeringsaftrek (MIA en EIA) kunt u voor investeringen in milieuvriendelijke en/of energiezuinige investeringen een additionele aftrek verkrijgen op uw winst. Investeringen die hiervoor kwalificeren zijn opgenomen op respectievelijk de milieulijst en de energielijst. Kwalificerende investeringen komen in aanmerking voor een aftrekpost tot 45,5% (EIA) of 36% (MIA) van het bedrag van de investering. In de aanbiedingsbrief bij het Belastingplan 2023 is een structurele verhoging van het budget voor beide regelingen met in totaal € 150 miljoen aangekondigd.

    Let wel: een aanvraag dient in de regel binnen drie maanden na het ondertekenen van een overeenkomst te worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

    Salderingsregeling

     

    In de doorrekening van de budgettaire effecten van het Belastingplan 2023 wordt eveneens het uitstellen van de afbouw van de salderingsregeling benoemd. Op basis van de toelichting gaat het dan om uitstel van de afbouw tot 2025 (in plaats van 2023).

    De aanpassingen in de wet zijn hiervoor nog niet meegenomen in het Belastingplan.

    Milieuinvesteringsaftrek / energieinvesteringsaftrek

    Tip! Het invoeren of aanpassen van een mobiliteitsbeleid biedt voordelen voor de werkgever én de werknemer. Naast de reiskostenregeling zijn ook fiets-, lease- en thuiswerkregeling belangrijke onderdelen van het mobiliteitsbeleid.

    Btw-nultarief op zonnepanelen vanaf 1 januari 2023

    Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het btw-tarief op zonnepanelen 0%. Hiermee komt ook een eind aan de administratieve lasten voor particulieren die wegens het leveren van stroom aan energiemaatschappijen worden aangemerkt als btw-ondernemer. Zij hoeven ook geen btw op de aanschaf én installatie van zonnepanelen meer terug te vragen bij de Belastingdienst. Het btw-nultarief geldt voor de levering en de installatie van zonnepanelen bestemd om te worden geïnstalleerd, al dan niet als dakbedekking, op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen (inclusief schuur, garage, tuin of uitbouw). Het btw-nultarief is dus daarom niet van toepassing op de levering en installatie van geïntegreerde zonnepanelen en zonnepanelen die zijn bestemd voor bedrijfspanden.

    Klimaatfondsen

    Het kabinet wil de in de Europese Klimaatwet vastgelegde doelen (55% minder CO2-uitstoot in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050) halen. Om dit te kunnen bereiken zijn de komende jaren investeringen nodig in onder andere energie-infrastructuur, de vergroening van de industrie, de verduurzaming van de gebouwde omgeving en de bouw van nieuwe kerncentrales. Het Klimaatfonds van 35 miljard euro voor de komende 10 jaar draagt bij aan de financiering van deze investeringen.

    In 2023 wordt onder meer geïnvesteerd in het stimuleren van de productie van duurzame waterstof (€ 145 miljoen), wind op zee (€ 180 miljoen) en warmtenetten (€ 200 miljoen).
    Daarnaast wil het kabinet per 1 januari 2023 de CO2-heffing voor industriële bedrijven aanscherpen en de vliegbelasting verhogen.

    Fiscale regeling voor elektrische leaseauto’s

    Wat verandert er in fiscale regeling voor elektrische leaseauto’s? Lees het in het hoofdstuk Werkgevers & Personeel.

    Wijziging bpm-vrijstelling en motorrijtuigenbelasting bestelauto’s

    De ondernemersvrijstelling in de bpm wordt met ingang van 1 januari 2025 afgeschaft. Deze vrijstelling geldt nu voor bestelauto’s die op naam worden gesteld van een ondernemer. Bovendien zal voor de grondslag van heffing niet bij de cataloguswaarde, maar bij de CO2-uitstoot worden aangesloten. Hiermee wordt de behandeling van bestelauto’s voor de bpm gelijk gemaakt aan die van personenauto’s en is er voor een conventionele bestelauto (met brandstofmotor) bpm verschuldigd.

    Wijziging bpm-vrijstelling en motorrijtuigenbelasting bestelauto’s

    Daarnaast gaat de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers omhoog. In 2025 volgt er een verhoging van 15% en in 2026 wordt dit nog eens verhoogd met 6,96%.

    Martin Akcay, Partner Tax Advisory

    Lees meer over de ontwikkelingen en fiscale kansen op het vlak van ESG en klimaat.

     

    Baker Tilly

    Een ondernemende, directe, verbindende en scherpzinnige organisatie met kwaliteit als belangrijkste fundament. Dát is Baker Tilly. We zijn een van de top tien accountancy- en belastingadvieskantoren van Nederland en hebben 13 vestigingen verspreid over het land. Vestigingen met betrokken specialisten die u graag persoonlijk adviseren. En die alle financiële en fiscale vragen die u als ondernemer bezighouden kunnen beantwoorden. Zij kennen het ondernemerslandschap in uw regio en weten wat er speelt. We voeren jaarrekeningcontroles uit en geven btw- en belastingadvies. Ook begeleiden we klanten bij bijvoorbeeld bedrijfsstrategieën en -overnames, het verkrijgen van subsidie en het optimaliseren van HR-processen.

    Baker Tilly

    Dit doen we voor mkb-bedrijven en grote ondernemingen, non-profitinstellingen en organisaties in de publieke sector. Daarnaast staan wij onze klanten uiteraard ook bij op het persoonlijke vlak, bijvoorbeeld op het gebied van inkomstenbelasting en estate planning. Met onze multidisciplinaire kennis, ons diepgaande klantinzicht en ons full service aanbod kunnen we een advies geven dat echt impact maakt.
    Wilt u persoonlijk advies of kennismaken met een belastingadviseur of accountant in uw regio? Laat het ons weten!

    Meer weten?

    Dit overzicht bevat een samenvatting van enkele belangrijke punten uit het Belastingplan 2023. Wij begrijpen dat u meer wilt weten over de gevolgen van de wetswijzigingen. Onze belastingadviseurs bespreken de consequenties van deze maatregelen voor uw (persoonlijke) situatie graag met u.
    De voorstellen zullen de komende weken door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer besproken worden. Uiteraard volgen we dit op de voet. Op onze Prinsjesdag-overzichtspagina publiceren wij regelmatig updates en verdiepende artikelen. Wilt u op de hoogte blijven van de voortgang van de Prinsjesdagplannen, en van andere ontwikkelingen op fiscaal gebied? Schrijf u hier in voor onze nieuwsbrief.

    Disclaimer

    Dit overzicht is met de grootst mogelijke zorg samengesteld op basis van de op Prinsjesdag gepubliceerde wetsvoorstellen. Dit overzicht is bedoeld als algemene informatie en niet als specifiek advies of volledig overzicht van alle wijzigingen. Een aantal maatregelen en voorstellen is niet in dit overzicht opgenomen. Let op: voor de meeste maatregelen geldt dat zij nog niet definitief zijn. Het is mogelijk dat er gedurende het wetgevingsproces nog wijzigingen plaatsvinden. Overleg met uw adviseur welke gevolgen de voorgestelde wijzigingen voor uw situatie hebben.

    Baker Tilly